Eindelijk. Ein-de-lijk kan ik dit zinnetje eens gebruiken (“huh, welk zinnetje?” Tegen morgen allemaal het jongere werk van de illustere charmezaner Boudewijn de G. van buiten leren, hop!)! Want vorig weekend was het zo ver: de door de Erasmusbetreuung georganiseerde trip naar Berlijn stond voor de deur. 70 euro voor vervoer heen en terug, hostel met ontbijt en verschillende rondleidingen: zo goed als geen geld, me dunkt. Dus wijle weg! Een verslag in woord en beeld, speciaal voor U.
DAG 1
De reis begon alvast in zware pijn en lijden: Jonah is niet gemaakt voor bussen, of omgekeerd, dat is nu eendert, maar al om 7u ‘s ochtends in een veel te klein zeteltje gedrukt worden, met mijn stevig gevulde rugzak tussen mijn benen (want die paste niet in het rek boven ons) … een geluk dat ik de avond ervoor speciaal niet was uitgegaan, of ik had het niet overleefd – in tegenstelling tot enkele anderen, die dan ook zowat de hele dag tussen leven en dood gezweefd hebben. Maar met een goed boek op mijn schoot, en Milda naast mij die blijkbaar de avond ervoor de Rewe had leeggeroofd en om de vijf minuten nieuw eten uit haar rugzak toverde, werd het toch nog gezellig (plus het feit dat Milda een scheet groot is, waardoor ik tenminste normaal kon ademen).
Na een paar obligate pauzes kwamen we op de middag toe in Berlijn. Omdat we pas om half vier in de jeugdherberg mochten, was onze eerste stopplaats de Brandenburger Tor, waar we met z’n 85 als losgeslagen toeristen (nu ja, dat wáren we natuurlijk ook) op de stad werden losgelaten. En dat liet de stad zich welgevallen. Als één van de belangrijkse symbolen van Berlijn is de Brandenburger Tor en het plein errond een verzamelplaats voor al wie makkelijk geld wil verdienen aan bezoekers met te veel geld – en dat lukt hen nog ook.

De Brandenburger Tor en bijhorende attracties. In het karretje op de achtergrond kon je voor één euro rond het plein rijden. En dat ding had dus nog succes ook.
Na het obligate poseren voor de Tor, werden we een uurtje vrijgelaten om wat rond te kuieren in de omgeving. De omgeving, zo hadden we al gemerkt, is in Berlijn altijd nogal groot, dus het was snel duidelijk dat we met dat uurtje weinig zouden kunnen aanvangen. Maar niet geklaagd, we zijn dan maar wat gaan sightsee’en in de gloednieuwe wijk rond de Bundestag. De Bundestag zelf bezoeken was zeker en vast de moeite waard geweest (en het stond oorspronkelijk op het programma), maar gezien de extreem lange rij aanschuivenden om binnen te mogen, moesten wij het doen met de buitenkant.

Eén van de vele nieuwe regeringsgebouwen rond de Bundestag.

De Bundestag en haar bezoekers.

Maar alle interesse voor het Duitse historische erfgoed verdween meteen helemaal toen bleek dat er ook vogeltjes waren!
Het uur was al snel voorbij gegaan aan het verwennen van de plaatselijke fauna, dus weer de bus op, en op weg naar de jeugdherberg. Die lag diep in Oost-Berlijn. Op onze weg ernaartoe bleek inderdaad meteen het verschil tussen beide kanten van de vroegere Mauer. Vooral vanaf de Alexanderplatz, wanneer de residentiële buurten beginnen, is het één en al Plattenbau (flatgebouwen). Indrukwekkend was wel de Karl-Marx-Allee, het uithangbord van de DDR: een enorm brede laan met typisch Oost-Europese ‘Arbeiterpaläste’: erg luxueus uitziende flatgebouwen waar alles net iets groter en chiquer was dan in de rest van het land, om aan de West-Berlijners te kunnen tonen hoe succesvol het socialisme wel niet was. Van zodra je die straat uit bent, blijft er echter niet veel meer over van dat succes. Hier en daar zie je wel dat het langzaam beter gaat. De Karl-Marx-Allee zelf biedt tegenwoordig bijvoorbeeld onderdak aan een resem exclusieve kunst-, architectuur- en reclamebureaus, en onze jeugdherberg lag in een heel levendige buurt met een jonge bevolking en een massa gezellige café’s en restaurantjes. Maar toch, het bord dat de mensen welkom heet die in de Warschauer Strasse, vlakbij onze jeugdherberg, afstappen, was heel veelzeggend:

Welcome to Hartz IV-Arena Berlin
“Hartz IV” is de algemene Duitse benaming voor een werkloosheidsuitkering. Op de achterkant van dit bord stonden telefoonnumers en tips in verband met onderkoeling. Al dan niet dakloze of krakende werklozen maken, ondanks het gezellige uitzicht, nog een groot deel uit van deze buurt.
In de jeugdherberg hebben we snel al onze spullen in onze kamers gedropt, want we wilden toch nog wat van de stad zien. Meteen dook natuurlijk het eeuwige toeristenprobleem op: hoe beslis je zo snel mogelijk met 7 man wat je gaat doen, zonder dat er iemand wat te klagen heeft? Enkelen wilden absoluut naar de Alexanderplatz, ondanks herhaalde waarschuwingen dat dat zowat het meest overschatte plein ter wereld is (dankjewél, Alfred Döblin!). Maar omdat dat toch op de weg naar het centrum lag, kwam het volgende plan uit de bus: te voet richting centrum, en we zouden wel wat tegenkomen onderweg. Een avondje Berlin by night dus:

De Alexanderplatz. Echt geen hol aan te zien, en ze lag dan ook nog eens helemaal open door werken.

De Fernsehturm, die er bij nacht uitziet alsof hij elk moment kan opstijgen.

De Dom, aan de Spree. De ruïnes helemaal links zijn een toonbeeld van de Berlijnse bouwziekte: tegenover de Dom stond ooit het keizerlijke slot, in de DDR-tijd afgebroken om er later het Palast der Republik te bouwen. Dit is nu weer afgebroken om het Slot weer op te bouwen
.

Andra en Maciek aan Checkpoint Charlie
Tussendoor zijn we iets gaan eten in het Nikolaiviertel, waar ons alweer de extreme verscheidenheid van Berlin duidelijk werd: vlak naast de enorme, groteske bouwput die de Alexanderplatz is, ligt dit rustieke wijkje, waar je je zo weer in de binnenstad van Münster voelt: kleine steegjes, geen verkeer, oude huizen en kerkjes. En een enorm goedkoop Italiaans restaurant! Ideaal om al eens onze foto’s van de dag te bekijken
.


Uitgaan zat er die avond niet echt meer in. Vermits we al om 7u vertrokken waren in Münster, en die avond een behoorlijke wandeling gemaakt hadden, besloten we de avond af te sluiten op de kerstmarkt aan de Potsdamer Platz, met de eerste Glühwein van het jaar!

Ariadna, Milda, Andra, Maciek en Glühwein.
DAG 2
Vroeg gaan slapen, want ook vroeg uit de veren: ‘s ochtends stond er niet alleen een stevig ontbijtbuffet op het programma, maar ook een Stadtrundfahrt met de bus. Het is natuurlijk lang niet hetzelfde als alles met te voet verkennen, en je moest al eens halsbrekende toeren uithalen om alles goed te zien door de busraampjes, maar de kennis van de gids maakte veel goed. De hele tijd werden we bestookt met weetjes over zowat elke gebouw dat we voorbij reden. Bovendien wist hij ook plekjes aan te duiden waar bekende scènes uit Duitse films opgenomen zijn: de brug uit Lola Rennt, de boekhandel uit het einde van Das Leben der Anderen, en natuurlijk Bahnhof Zoo uit Christiane F. Op deze manier zijn we toch in sneltempo langs de belangrijkste bezienswaardheden van Berlijn geweest
. Het einde van de toer was ietwat onorthodox: op een bepaald moment moesten we bruusk in de remmen omdat we langs beide kanten werden voorbijgestoken door een politiewagen (langs links) en een gewone auto (langs rechts). Die twee zijn vlak voor onze neus op elkaar gebotst, en wij waren onze gids kwijt omdat die een verklaring moest gaan afleggen
.

Accident! De bestuurder van de Seat was behoorlijk in shock, de agente (die het ongeval trouwens had veroorzaakt) heeft
Vervolgens hadden we een paar uurtjes vrij om iets te eten en de buurt van de Potsdamer Platz te verkennen. Daar werden we gelokt door een gebouw dat ons “der schnellste Aufzug Europas” beloofde. Zo indrukwekkend was dat allemaal niet (in een tiental seconden 100 meter naar boven, in Walibi vind je wel spectaculairdere dingen), maar het uitzicht was dat wél. De Potsdamer Platz was de afgelopen jaren de grootste bouwwerf van Europa, en er is een geheel nieuwe wijk opgetrokken die alleen al omwille van de architectuur veel volk lokt. Bovendien kon je, ondanks de mist/smog, tot ver over Berlijn kijken.

Blik richting oosten, met de Fernsehturm, Dom en Alexanderplatz (het flatgebouw links van de Fernsehturm). Het rode torentje een paar cm rechts van de Fernsehturm is het stadhuis van Berlijn.

Zotte gebouwen op de Potsdamer Platz. Het gebouw met het grote witgrijze dak is de hoofdzaal van het filmfestival van Berlijn.

Het Sony Center en Tiergarten.
Toen we het uitzicht en de rukwinden boven wat beu waren, gingen we sneller dan wie dan ook in Europa weer naar beneden, en besloten we de tijd die ons nog restte te gebruiken om het Holocaust-Mahnmal te gaan bekijken (Ariadna: “Was, ein Friedhof!?”). Een beetje een bevreemdend monument al bij al, er hangt een rare, rustgevende sfeer tussen die grote stenen blokken, waar het weliswaar de hele tijd vol mensen loopt, maar die je toch enkel af en toe maar in de verte ziet voorbijlopen.

Vader en dochter in het Holocaust-Mahnmal
Veel tijd om er rond te wandelen hadden we echter niet, want we werden verwacht in het museum “Story of Berlin”, waarin, jawel, de geschiedenis van Berlijn in verteld wordt. Nu, over Berlijn valt tot ver in de 19e eeuw eigenlijk helemaal niets te zeggen, en het hoeft niet gezegd dat het enige echt interessante stuk pas na WO1 begint, dus dat was eigenlijk best verloren tijd. Dat werd echter helemaal goed gemaakt door een bijhorend bezoek aan een enorme atoombunker vlakbij het museum. In de bunker was theoretisch gezien plaats voor 3200 mensen om in geval van een atoomoorlog 2 weken te overleven. Theoretisch, want de voorzieningen waren totaal ontoereikend. Dergelijke bunkers waren dan ook enkel bedoeld om de Berlijners gerust te stellen dat ze in geval van oorlog ergens naartoe konden, om zo constante paniek te vermijden. Dood gingen ze toch:

3200 veldbedden, 3 of 4 hoog gestapeld.

En voor al dat volk niet bepaald veel hygiënische voorzieningen
.
Hierna zijn we nog even naar het Kaufhaus des Westens geweest, het 2e grootste warenhuis van Europa (en de eerste plek hier in Duitsland waar ik Belgisch bier heb aangetroffen!), om dan weer richting jeugdherberg te trekken. We besloten om ‘s avonds daar de buurt wat te verkennen, en wat van de lokale café’s uit te proberen.

Litouwse humor: Milda die haar koffiemelk dropt in mijn bier, en dan stomverbaasd is dat ik het niet meer wil opdrinken
.

Winnaar van de hele zaak was Maciek, die zonder morren mijn bezoedelde bier opgedronken heeft.
DAG 3
Ook de tweede avond werd vrij snel afgesloten, omdat we zondagochtend al om half tien onze kamer uit moesten, en bovendien zouden we in de voormiddag ook nog een bezoek aan de voormalige Stasi-Untersuchungshaftanstalt Hohenschönhausen, de beruchtste Stasi-gevangenis, symbool voor de pscychologische terreur tijdens de DDR-dictatuur. Om jullie een idee te geven: de gevangenis zelf lag in een groot Spergebiet, een afgesloten wijk waar niemand in mocht, waardoor de gewone man geen idee had van het bestaan van de instelling. Arrestaties gebeurden in speciale wagens, waarin de gevangenen noch de agenten, noch hun medegevangen konden zien, en vooraleer ze richting Hohenschönhausen gevoerd werden, werd er eerst een paar uur rondgereden in Berlijn. Gevolg: totale desoriëntatie. Ook in het gebouw zelf was isolatie de tactiek bij uitstek om gevangen te breken: gevangen kwamen gedurende maanden enkel in contact met hun persoonlijke ondervrager, en de enige niet-geblindeerde ruiten waren die van de ondervragingskamers. Mensen die Das Leben der Anderen gezien hebben: aan het begin van de rondleiding kregen we echte opleidingsfilmpjes van de Stasi te zien, waaruit bleek dat de ondervragingen en huiszoekingen (het plaatsen van de afluisterapparatuur!) beangstigend goed overeen komen met de werkelijkheid.

De kleinste cel in de instelling, nog uit de sovjet-tijd (en ja, dat

Eén van de celgangen. De alarmbeveiliging was miniem, omdat door de desoriëntatie de gevangen überhaupt geen idee hadden hoe ze konden vluchten.

Een ondervragingskamer. De authentieke
Na afloop kocht ik me in de souvenirwinkel nog Der Turm van Uwe Tellkamp, jongste winnaar van de Deutsche Buchpreis en alom geroemd als het beste relaas over de laatste jaren van de DDR tot nog toe. Een kleine 1000 pagina’s hoogdravende epiek die aldoor met Thomas Mann vergeleken wordt – enorm benieuwd dus
. Daarmee had ik meteen ook leesvoer voor de terugreis, want jawel, het weekendje Berlijn zat erop. Even moe als voldaan, met het vaste voornemen zo snel mogelijk eens terug te komen, wrong ik me terug in mijn kleine zeteltje, om de zes uur durende terugweg aan te vangen. Zes uur, DACHTEN WIJ.
WANT. Na een uur of twee, zowat iedereen was half of heel in slaap gevallen, werden we gewekt door een hels kabaal boven ons hoofd, en luid gebonk op het dak tot achteraan de bus. Lang duurde het niet voor we doorhadden wat er gebeurd was: waar enkele seconden eerder nog een dakraam zat, was nu enkel blote hemel te zien. Ons dakraam was, zonder enige reden, losgeschoten, en doodleuk de autostrade opgedonderd. Nu, erg gevaarlijk is dat allemaal niet, je moet al een volslagen idioot zijn om uit een dakraam te vallen, maar regels zijn regels, dus het zaakje moest gerepareerd worden. Na een paar minuten eerste hulp van een paraplu (net op dát moment begon het te regenen
), bracht een plastic zak soelaas tegen de koude, maar verder rijden zat er in elk geval niet in. Gelukkig was er aan de parking waar we gestopt waren een Burger King waar we konden wachten op de reparateur, die 2u later eindelijk aankwam – om vast te stellen dat we hiervoor toch echt naar zijn werkplaats zouden moeten rijden. Dus hop, wij de autostrade af, richting Werkstatt, waar hij een houten plank over het gat getimmerd heeft. Vrij primitief dus, maar zo konden we omstreeks 22u (VIJF UUR LATER) eindelijk beginnen aan de resterende 400km richting Münster. Uiteindelijk zouden we om 3u ‘s nachts daar weer aankomen. Nog een uurtje later lag ik uiteindelijk in bed. Brute pech voor mijn Vorlesung de dag erna, om 9u, maar die moest er voor één keer maar eens aan geloven.

Een onverwachts einde aan een enorm gevuld weekend. De indruk die is blijven hangen: Berlijn is een fantastische, indrukwekkende stad, maar ik heb het gevoel dat ik er enkel maar eens ben doorgewandeld. Hopelijk vind ik dus snel, liefst dit semester nog, de tijd om nog eens terug te gaan, dit keer gewapend met meer tijd!

Da-haaaag Berlijn!