Archief voor december, 2008

Hoog bezoek uit Kapelle.

december 13, 2008

In mijn vorige blogbericht heb ik uitvoerig de komst van ‘De Sint’ naar het Haus der Niederlande beschreven. Het moge duidelijk wezen dat er heel wat schorde aan dit heerschap, en dat we hier overduidelijk met een vervalsing te maken hadden. Maar omdat cadeautjes van vervalsingen net zo goed kunnen smaken, en ik ervan overtuigd was dat de goedheilig man dit jaar stilletjes mijn huisje zou voorbijrijden, liet ik dat niet aan m’n hart komen. Pak maar wat je pakken kan, vindt Klaas Delrue, en gelijk heeft hij.

Bovendien had ik nog wat anders om naar uit te kijken: voor het eerst zou ik vorig weekend bezoek krijgen van vrienden uit het lieflijke Kapelle-op-den-Bos. Tenminste, dat dácht ik. Wekenlang werd ik in het ongewisse gelaten over het precieze moment van aankomst, en de avond zelf bleek waarom: in geen velden of wegen waren ze te bekennen. In de bijtende koude stond ik vrijdagavond, turend in de winternacht, vanop mijn dorpel te wachten op hun komst. Tevergeefs, geen teken van leven. Een onpeilbaar diepe teleurstelling was mijn deel.

Even na middernacht gaf ik er de brui aan. Het was 6 december, maar daar stond ik niet bij stil. Net toen ik me klaarmaakte om me in foetushouding in slaap te huilen, werd daar aan de deur geklopt, afwisselend hard en zacht. En toen nog eens! Wie zou dat zijn? Heen en weer geslingerd tussen hoop en verbazing struikelde ik de trap af, en opende vol spanning de deur.

Schat mijn verbazing! Door mijn nog niet geheel gedroogde tranen ontwaarde ik eerst enkel enkele rode en zwarte schimmen, met wat onbestemde spullen in hun hand.” De tombola van de brandweer!”, dacht ik in blinde paniek, en bijna had ik de deur weer toegeslagen, toen mijn blik langzaam helderder werd, en ik ook een baard ontwaarde. En een staf. En veren! En negers! Het drong toen eindelijk tot me door welke dag het ondertussen was, en wie hier aan mijn deur stond: de enige echte sinterklaas!

Of toch niet? Eén vervalser kon ik nog dulden, maar deze zou ervan lusten. Maar al snel werden mijn twijfels weggenomen. “En zijde gij wel braaf gewest vantjaar?”, kreeg ik toegeworpen. Tuurlijk wel, dat staat buiten kijf. Dat doet er ook niet toe, elke onverlaat kan dat vragen. Maar dat accent! Die ontegensprekelijk Kapelse tongval! Dat maakte alles duidelijk. Want, ondanks het populaire geloof dat de Sint een uitgeweken Turk is die in Spanje woont, is hij in werkelijkheid een rasechte Kapellenaar, die daar in de kerktoren woont (een lang verhaal hoe hij daar terecht gekomen is, stamt nog van in de tijd dat zijn vader daar in de parochieraad zat.)

Nog ietwat van mijn melk nodigde ik de sint en zijn pieten snel uit binnen te komen, in de hoop dat ze wat lekkers in één of andere hoek zouden gooien, als ze daar dan toch waren. En ja hoor, een lawine aan cadeautjes stond me te wachten – te weten een bak Duvel, pralines, chocoladen ventjes, een pak humo’s, ice tea en een zachte warme trui van taverne Onder den Toren, de stamherberg van de Sint. En voor wie mij nog altijd niet gelooft: hier een bewijs!

De enige echte Sint in mijn kamer!

De enige echte Sint in mijn kamer!

Ik hoor jullie al van ver komen dat de Sint er in jullie herinnering heel anders uitziet. Maar daar is een eenvoudige verklaring voor: de Sint die iedereen kent uit de lokale Delhaize is de Sint in zijn ceremoniële plunje. Als hij een hele dag voor hongerige kinderen en ongeduldige ouders de vrolijke klaas moet uithangen, kan je er maar beter goed uitzien, dus heeft hij een feestelijk kostuum om op zulke gelegenheden wat presentabel te zijn. Maar natuurlijk is zoiets totaal ondoenbaar als je op één nacht miljoenen daken moet beklimmen. Dan trekt hij zijn werkplunje aan: een stevige jeansbroek, een warme trui, een fluorescerende mijter en een up to date wegenatlas. Iets minder spectaculair, maar des te efficiënter.

Hoewel dus goed voorzien, had de Sint er die avond bepaald geen zin in. Zo’n rit naar Münster is niet van zijn gewoonte, en nog eens helemaal terug naar België voor wat kinders die tegenwoordig hun lijstje allemaal via Facebook doorsturen (en laat het duidelijk zijn: dat hééft de Sint niet, tot zijn stijgend ongenoegen) … Dus besloot hij om die avond nog welgeteld één keer de goedheilig man uit te hangen, en wel voor mijn kotgenootjes:

De Sint en zijn twee trouwe pieten in mijn keuken, rond het lekkers dat hij mee had!

De Sint en zijn twee trouwe pieten in mijn keuken, rond het lekkers dat hij mee had!

Maar daarna was het genoeg geweest, en wilde de goedheilig man zich gewoon gaan bezatten, zoals iedereen op vrijdagavond.

n1616151413_79619_1872

n1616151413_79622_32831

Maar helaas, de sint is een beetje de Jean-Marie Pfaff van zijn branche: altijd aan het werk, altijd zijn pr moeten verzorgen. Dus was het geen optie om de joelende massa’s die hem op straat tegemoet kwamen, zomaar te negeren. Nauwelijks waren we de deur uit, of er klampte ons al een licht zwalpend individu van vrouwelijke kunne aan. Of ze ons vastklampte omdat ze geschenkjes wilde of omdat ze van beschonkenheid niet goed meer wist wat boven en onder was, dat zullen we nooit weten. Maar na een smartelijk “Oh Nikolaus, bitte, ich war ganz süss und wünsche mich schöne Sachen und Süssigkeiten, kannst du das meiner Mutti sagen?” liet de Sint zijn pieten toch maar eens in hun zakken grabbelen, om het arme kind wat licht en nicnacs in het leven te brengen.

Ook in de café’s was er geen ontkomen aan. Vanaf het moment dat zijn mijter de hoek om kwam, werd in Himmel&Hölle een eendrachtig gezang aangehoffen ter zijner  ere. Andermaal teken voor de pieten om gul met snoepgoed in het rond te gooien, en hun beste pseudo-Duits boven te halen om de vele vragen en dankbetuigingen van de stamgasten te beantwoorden. In het Blaue Haus werden we dan weer getrakteerd op een gratis drankje. Persoonlijk bevriend zijn met de Sint (want dat mocht ik ondertussen toch al wel zeggen), het heeft zo zijn voordelen!

En zo ging de nacht verder, van kroeg naar kroeg. Münster zal nog lang nakaarten over dit hoog bezoek! Toen we bij het ochtendgloren ons bed opzochten, was het verraad van mijn vrienden nog slechts een verre herinnering. Tot de volgende dag een nieuwe verrassing op me wachtte. Toen ik wakker werd, was de Sint en zijn gevolg nergens meer te bekennen. Misschien dat zijn geweten alsnog de bovenhand haalde boven zijn kater, en hij in de vroege ochtend nog snel zijn gulle taken vervuld heeft in België, wie weet. In elk geval, waar hij zich die avond nog te slapen had gelegd, lag nu iemand heel anders:

Tom Lamberts, begot!

Op de één of andere manier waren, in de loop van de voormiddag, de onverlaten die mij al op vrijdag zouden komen bezoeken toch mijn kot binnengeraakt, en hadden ze zich daar rustig genested, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Meer nog! De genaamden Karl en Maarten hadden de pieten van de Sint, die zich nietsvermoedend in de hal hadden gelegd, overvallen en van hun plunje ontdaan!

niét, de echte piet! Dit is een bedrieger! Op mijn bed dan nog!

Dit is niet, ik herhaal: niét, de echte piet! Dit is een bedrieger! Op mijn bed dan nog!

ALSOF ZE HIER WONEN, JA.

ALSOF ZE HIER WONEN, JA.

En ze hadden nog raar volk meegenomen ook!

En ze hadden nog raar volk meegenomen ook!

Maar ach. Ze waren er nu toch, dus kon ik er maar beter het beste van maken. Dus troonde ik de ene helft ervan (dat raar volk kwam pas tegen de avond opdagen) mee naar de kerstmarkt, alwaar we ons overlieten aan de eeuwenoude Duitse kunst der warme alcoholische dranken. Geen mens ter wereld die eraan zou denken dat de combinatie warm appelsap en amaretto iets drinkbaars zou opleveren, maar hadden we ons daar even vergist! En ook best grappig: het eeuwige schuldgevoel van de Duitsers, en manieren om er mee om te gaan: toen een vrouw die naast ons stond hoorde dat we een taal spraken die ze niet machtig was, haalde ze een heuptasje boven met kleine flesjes likeur, die ze ons aanbood met een vriendelijk “this is for you, as a welcome gift to Germany!”. En weer weg was ze.

Nog meer Duitsigheid ‘s avonds in Pinkus Müller, een befaamde brouwerij/café/restaurant waar ze, naast hun eigen bier, een massa lokale specialiteiten aanbieden. En dat het gesmaakt werd:

)

Westfälische Pfanne, met worst (duh), gebraad, Bratkartoffeln, bonen en zuurkool. Heel lekker en vooral héél veel (de pan was voor drie personen) :)

‘s Avonds was het dan tijd voor nog een stapje in het Münsterse nachtleven. Een beetje schaamtelijk wel dat ik na 3 maanden wel zowat weet waar de meeste plekjes zijn in Münster, maar dat ik er niet van overal ook kan raken, dus af en toe nog mijn beroep moet doen op de gelukkig overal aanwezige stadsplannetjes. En zo zijn we toch nog in de Cuba Nova geraakt, de plek waar ik, als alles goed gaat, ook oudjaar zal vieren.

En om een leuk weekend in stijl af te sluiten, trakteerden we onszelf zondag nog op een uitgebreid diner in de lokale Burger King – wat niet voor iedereen zo makkelijk ging.

Hamburger 1 - Stijn 0

Hamburger 1 - Stijn 0

Zie mij keer blij zijn!

Zie mij keer blij zijn!

Rond 3u moest iedereen dan helaas weer huiswaarts. Huiswaarts, dat was voor mij Coerdestrasse 53, alwaar me een heus slagveld wachtte van lege flesjes en nicnacjes, gedrenkt in een onbestemde geur, aangericht op ocharme anderhalve dag. Ik wilde dat eerst gewoon negeren, maar toen Frank me maandagmiddag kwam te vertellen dat de huisbaas een uur later langs zou komen (we zitten met waterschade aan ons plafond), heb ik toch maar razendsnel alles in zijn oude staat hersteld. Alsof jullie hier nooit geweest zijn!

In elk geval, als bedankje voor het fijne bezoek, bezoek ik keihard terug: 22 december is terugnaarhuisdag, zij het dan maar voor een weekje. Tot dan!

De sint en Nederlandsgekte.

december 5, 2008

Proloog: gisteren was ik van plan om nog eens naar het wekelijkse Erasmusfeestje in het Wohnheim aan de Boeselagerstrasse af te zakken, kwestie van wat mensen terug te zien. Tot rond de middag een mail van de Wohnheimrat in de bus zat:

Apparently things got out of hand last Thursday. There have been many complaints about dancing on mailboxes, throwing up in the corridors, and very loud partying still at the bus stop at 6.30 am. Therefore, Boeselager-parties will be closed at midnight until Christmas, starting this Thursday 04.12.08.

Hahaha :) . Best grappig hoe de helft van de erasmuspopulatie nu plots zonder donderdagavondactiviteit zit (zelf kom ik daar amper nog), omdat ze zich niet meer kunnen bedrinken in een dompige, overbevolkte en veel te warme kelder. Leedvermaak was kort mijn deel, tot het me in m’n staart beet met het besef dat ik daardoor dus ook zonder donderdagavondactiviteit zat.

Maar redding was nabij! Stephanie nodigde me uit om mee te gaan naar de blijde inkomst van zijne heiligheid Sinterklaas in het Haus der Niederlande (de vakgroep Nederlands). Het was nog geen sinecure om überhaupt te mogen komen, want ter wille van de brandveiligheid kon de Goedheilige Man maar een beperkt aantal brave kinderen rond zijn troon toelaten, en het zaakje was begin deze week al volzet. Maar een paar lieve blikken (of welgemikte beledigingen, ik was er niet bij) van Stephanie kregen me toch ingeschreven. 3 euro om de Sint te mogen zien, het kind in mij twijfelde tussen extatische nostalgie en argwaan tegenover de schaamteloze commercialisatie van zijn voormalige held. Het eerste haalde het, dus blijgemutst trokken we richting vakgroepbibliotheek, die voor de gelegenheid omgebouwd was tot troonzaal. (Nu ja, wat heet een troon op zulke half geïmproviseerde sinterklaasbezoeken: een iet of wat comfortabele stoel die er wat chiquer uitziet omdat hij armleuningen heeft, gedrapeerd met kerstverlichting, en daarachter nog een verloren kamerplant uit het secretariaat of zo. )

Om half negen was het dan zo ver, en schreed de sint met zijn pietengevolg de bib binnen. Schat de verbazing op onze gezichten toen al die Duitse twintigers daar, allemaal studenten Nederlands, in koor Nederlandse sinterklaasliedjes begonnen te zingen. Sommigen mooi uit het hoofd, anderen met wat meer moeite aflezend van een blaadje, maar niettemin allemaal met overgave en overtuiging. Uiteindelijk heb ik toch maar flink meegezongen, want ik ken dat, voor je het weet haalt zo’n sint je naar voor en mag je het voor de hele groep alleen komen zingen. Chirotrauma’s, ze komen af en toe nog eens van pas!

Maar de sint zag dat het goed was, en doet wat een sint altijd doet op zulke aangelegenheden: uit een bordkartonnen Groot Boek een rijmpje vol flauwe mopjes aflezen. Tot jolijt van de aanwezigen, dat wel, al kan dat ook te maken hebben met het feit dat in die drie euro inkom een hele avond gratis drank inbegrepen zat. Niet veel volk dus dat er om maalde dat Sinterklaas na een kwartiertje alweer de deur uit was – en 10 minuten later onverkleed maar nog duidelijk herkenbaar mee pintjes kwam drinken, samen met zijn pieten, die niet eens de moeite hadden gedaan om hun schmink af te doen.

De sint poetst z'n plaat.

De sint poetst z'n plaat.

Het leukste van de avond was eigenlijk dat ik eindelijk eens de studenten Nederlands hier in Münster leerde kennen. Omdat ik mijn enige vak Nederlands pas eind januari heb, had ik nog niet de kans gehad om die te zien, buiten dan enkelen op een kotfeestje een hele tijd geleden. Omgekeerd waren de Duitsers zelf ook dolblij dat ze eens een avondje met rasechte Nederlandstaligen konden praten – zij het dan met Vamingen, die ze niet altijd makkelijk konden verstaan, omdat ze hier allemaal Noord-Nederlands aangeleerd krijgen. Zo was er élke keer als ik zei dat ik in Gent studeer, discussie over de uitspraak: zij zeggen ‘Chent’, en krijgen de juiste ‘g’ maar niet over hun lippen – maar ze bleven wel proberen, wat tot hilarische toestanden leidde :) . En ik kon m’n geluk helemaal niet op toen een meisje ons vroeg of we wat konden vertellen over Nederlandstalige popmuziek in België (voor een presentatie die ze moet houden). Ik heb haar uiteraard beloofd om haar één dezer dagen een joekel van een mail te sturen met alle info die ze maar nodig heeft.

Afin, we werden dus constant bestookt met vragen over onze taal en cultuur (‘Welke kranten hebben jullie zoal?’), wat  wel leuk was, want de interesse van de Duitsers in België is doorgaans héél beperkt. Ze zijn natuurlijk ook allemaal erg onzeker over hun taalkennis, omdat ze amper de kans krijgen om met moedertaalsprekers te praten, maar ik stond best versteld van hun niveau. De wederzijdse complimenten en uitingen van bescheidenheid vlogen in het rond, omdat de Duitsers maar niet wilden toegeven dat hun Nederlands beter was dan ons Duits, en omgekeerd. Een rondje ophemelen met enkel winnaars dus, al neem ik het wel met een korrel zout dat ze beweren dat ik accentloos Duits praat. Vorige week nog beweerde een andere Duitser dat Holger en ik hetzelfde accent hebben – Holger komt uit Estland, en dat Oost-Europese hoor je echt wel :) . Dat die jongen behoorlijk dronken was, spreekt anderzijds wel in mijn voordeel, veronderstel ik.

Een heel gezellige en grappige avond dus. En meteen vind ik het ook zonde dat ik hier zo weinig Nederlandse vakken heb. Aftellen naar eind januari dus! (Of toch maar niet …)

En de bibliotheek zal nog wel een tijdje naar bier stinken.

En de bibliotheek zal nog wel een tijdje naar bier stinken.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.